Corpus mits.pp
Fragmenten met mits + participium presens in het Nederlands tussen 1450 en 1700
Homepage
Het corpus
Documentatie
Het onderzoek
Bibliografie
Topografie
Het promotieonderzoek

Het onderzoek kort getypeerd: het combineert filologie en tekstinterpretatie met kwantitatief geïllustreerde corpusanalyse en diachrone schema’s.

Inleiding

Sommige grammaticale constructies in het Nederlands van de 15e, 16e en 17e eeuw zijn nu vrijwel niet meer in gebruik. Eén ervan is de indertijd vermoedelijk alleen in geschreven taal voorkomende combinatie van mits met een tegenwoordig deelwoord (kopende, hurende). De afkorting voor tegenwoordig deelwoord is pp, afkomstig van participium presens in het Latijn. De combinatie (mits + pp of kortweg mits.pp) vormt een mits.pp-frase, een beknopte bijzin van een hoofdzin. In de beknopte bijzin staan mits en een pp maar deze zijn vrijwel altijd aangevuld met andere zinsdelen. Bijv. een lijdend voorwerp, zoals in: mits overleggende ratificatie oft Procuracie souffisant (‘door het overleggen van een bekrachtiging of geldige machtiging’). Aanvulling van mits + pp met een meewerkend voorwerp of een bepaling van plaats, tijd etc. kan ook. Als tegenhanger van elke mits.pp-frase is ‘iets’, meestal een zin, te vinden die Q-frase heet. De Q-frase duidt op het doel, de gewenste situatie of de voorgeschreven gang van zaken waarvoor de mits.pp-frase respectievelijk het middel, de voorwaarde of de begeleiding uitdrukt. Mits.pp-frase en Q-frase samen vormen een mits.pp-voorkomen oftewel mits.pp-geval.

Vanwege de hoeveelheid werk benodigd voor de aanleg van een corpus met 300 authentieke tekstfragmenten met mits.pp (zie Homepage), is de periode van onderzoek afgebakend tot 1450-1700. De keuze van 1450 als beginpunt is ingegeven door het jaar van datering van het vroegst vindbare mits.pp-geval: 1442.

Het corpusonderzoek beoogt de historische ontwikkeling van de combinatie mits.pp tussen 1450 en 1700 te achterhalen, in context. Een kanttekening bij ‘historische’: de 300 corpusfragmenten zijn voorzien van een datering in de vorm van een jaartal. Het gaat in het proefschriftonderzoek echter niet om de opeenvolging van jaartallen, maar om die van ontwikkelingsstadia, anders gezegd: de diachrone ontwikkeling.

Als theoretische basis is onder andere gekozen voor de constructiegrammatica. In lijn daarmee wordt gereconstrueerd, hoe de aanvankelijk losse combinatie mits + pp uitgroeit tot een voor lezers uit die tijd interpreteerbare constructie met eigen vormen en betekenismogelijkheden. Ook wordt aan het eind van het proefschrift een beeld geschetst van veranderingen in de constructie in de loop der tijd, waarvan expansie (uitbreiding van genres, werkwoordselectie van het pp) rond en na 1600 de meest algemene is. Na 1620 doen zich reductie voor (verkorting van de mits.pp-frase) en betekenisontwikkeling (toename van voorwaardelijke mits.pp-gevallen), maar meestal níet in één en dezelfde tekst, en voor zover het wel zo is, uitsluitend in teksten behorend tot de genres vertelling of vergaderverslag.

Motivatie

Vier factoren die mits.pp (mits + pp) tot boeiend onderwerp maken.

  1. De diachrone ontwikkeling van mits.pp werpt licht op de rol die mits.pp-gevallen spelen als fase in de evolutie van het causale voorzetsel mits tot het moderne voorwaardelijke onderschikkende voegwoord mits.
  2. De diachrone ontwikkeling van mits.pp laat in exemplarische vorm zien in welke kleine stappen taalverandering verloopt.
  3. Voorwaardelijk mits.pp uit het verleden zet geïnteresseerden van vandaag de dag een bril op voor het lezen van de bewoordingen waarin mensen in de Middeleeuwse periode en de Vroegmoderne tijd uitdrukking gaven aan hun eigen of andermens’ hoop, belang of wens (Q), én aan wat daar van de kant van anderen tegenover moest staan of stond (P in de mits.pp-frase). Door ouder voorwaardelijk mits.pp vangt de hedendaagse lezer een glimp op van de verhouding waarin - in de ogen van een persoon van lang geleden of van een persoon die in plaats van hem dacht of schreef - het belang van de één stond tot dat van de ander.
  4. Bij teksten met mits.pp, vooral die met een zeer korte mits.pp-frase, is soms de grens van de interpreteerbaarheid aan de orde. Dat komt doordat mits in die tijd meervoudig semantisch was: causaal, instrumenteel (vgl. Duits mittels), begeleidend (‘met’) of voorwaardelijk, afhankelijk van de context van het specifieke geval. Maar het komt ook doordat de mits.pp-frase geen uitgedrukt onderwerp bevat; vroegere en hedendaagse lezers proberen zich in een actief proces van contextualisering, met behulp van hun inzicht in de wereld, in de omliggende tekst inclusief het genre en in de grammaticale relatie van de mits.pp-frase met de hoofdzin (matrixfrase), een persoon voor te stellen die relevant en logisch is als subject van de mits.pp-frase. Soms echter is in zeer korte mits.pp-frasen zóveel impliciet gelaten, dat de betekenis duister blijft.

Formele opbouw van het proefschrift

Cover LOT-publicatie dissertatie DEEL I, ‘Fundamenten’, behelst Hfd. 1 t/m 4.
Hfd. 1 is de Inleiding. Het verkent mits mét en mits zonder onvoltooid deelwoord (pp), bespreekt de hoofdvraag, schetst het theoretisch kader (de analyse van Daalder en de diachrone constructiegrammatica van vooral Traugott) en omschrijft wat onder context(en) wordt verstaan.
Hfd. 2 is getiteld ‘Mits en het participium presens in de historisch taalkundige literatuur’. Het hoofdstuk beschrijft hoe de neerlandistische literatuur en de historische woordenboeken voorbeelden met mits (en het pp) uit de 13e t/m 17e eeuw begrijpen. Dit beeld wordt vergeleken met de uitkomst van een eigen heranalyse. Lang niet alles van het weinige wat over mits in de literatuur staat, klopt! Mits heeft vanaf de 13e eeuw acht betekenissen en is dus meervoudig-semantisch.
Hfd. 3 gaat over de vorming van het corpus mits.pp: de collectie van authentieke teksten, de variationele uitgangspunten en de bewerkelijkheid van de selectie en annotatie van 300 tekstueel betrouwbare fragmenten met mits.pp.
Hfd. 4 behandelt de methode van corpusanalyse: de illustrerende, ondersteunende kwantitatieve kant en de centraal staande kwalitatieve kant (nadruk op de interpretatie, zowel van mits.pp-gevallen als van gemeten frequenties). Zeven variabelen worden geïntroduceerd: tekstsoort*, volgorde P en Q*, grammaticale aansluiting mits.pp-frase–matrixfrase (conjunctheid), complexiteit en uitgebreidheid mits.pp-frase, categorie (werkwoord) van het pp* (+ aanvullend: argumenten pp, adjuncten, semantische rollen) en de betekenis van mits* in mits.pp-gevallen. Op de pagina Het corpus komen de hiervoor genoemde variabelen die zijn gemarkeerd met een asterisk terug als filtervariabele. Filtervariabele ‘genre’ aldaar komt het dichtst in de buurt van variabele tekstsoort.

DEEL II, ‘Constructievorming, expansie en reductie mits.pp’, bestaat uit Hfd. 5 & Hfd. 6.
Eerst worden drie variabelen synchroon verkend: ‘volgorde van P en Q’, ‘aansluiting van de mits.pp-frase met de matrixfrase’ en ‘complexiteit van de mits.pp-frase ’. In de daarop volgende diachrone verkenning wordt per variabele nagegaan welke frequentieverandering van de onderscheiden waarden zich in de loop der tijd voordoet, en of die een bijdrage levert, en zo ja welke, aan de stabilisering van de combinatie mits + pp of aan expansie of reductie. Uit de analyse komt naar voren dat in de loop van de periode 1450-1700 de combinatie van mits + pp voor taalgebruikers steeds vertrouwder wordt, met name door de conventionalisering van volgorde QP, en steeds meer gekoppeld aan (een) duidelijke betekenissfeer: de overdracht door een handelende persoon van geld, goed of document. Mits + pp bereikt stabilisering. Expansie naar genre blijkt op te treden, verdere syntactische expansie niet, en collocationele expansie (uitbreiding van werkwoordselectie van het pp) juist weer wél. Wat dat laatste betreft: de betekenissfeer van pp’s en zinsdelen breidt zich vooral na 1620 uit. Het corpus bevat namelijk in toenemende mate pp’s (+ zinsdelen) die een nuance van ‘bewerken of produceren’ uitdrukken.

DEEL III, ‘Betekenisontwikkeling’, omvat één hoofdstuk, Hfd. 7.
Uit de analyse van de semantische ontwikkeling van mits in mits.pp-gevallen blijkt dat de precieze betekenis van mits blijft variëren per context, ook al wordt de meervoudige semantiek beperkter. De voorwaardelijke, middel aanduidende en comitatieve (begeleidende verplichting, ‘met’) zijn rond en vanaf 1600 de meest frequente betekenis. De oudere temporele (‘zodra’), causale (‘doordat’) en gezelschapsaanduidende (‘samen met’) betekenissen komen nog wel voor, maar alleen sporadisch. Vooral in het laatste deel van de onderzoeksperiode (1660-1700) neemt de conditionele betekenis van mits in mits.pp-gevallen sprongsgewijs toe.

Een uitgebreide samenvatting van het proefschrift vindt u hier.