Op deze pagina wordt de annotatie van de tekstfragmenten in het corpus toegelicht. Tevens wordt kort besproken uit welke elementen de onderdelen Toelichting en Analyse bestaan en worden de afkortingen en termen toegelicht die in deze onderdelen worden gebruikt. Ook wordt beknopt de status van de Vertaling toegelicht.
De oudere Nederlandse tekstfragmenten die deel uitmaken van het corpus, zijn geannoteerd. Het kernidee achter de annotatie van de constructies met mits is dat deze bestaan uit een zgn. P- en een Q-frase. Daarbij staat P in het moderne Nederlands voor een voorwaarde en Q voor datgene waarvoor de voorwaarde opgegeven wordt, onafhankelijk van de volgorde waarin deze onderdelen van de constructie optreden (zie Daalder 2006). Dit is ongeveer vergelijkbaar met hoe in modern Nederlands een als-bijzin gevolgd (soms voorafgegaan) wordt door een dan-hoofdzin: Als jij bij me op bezoek komt (P), zul je gul getrakteerd worden (Q).
In het oudere Nederlands, het Middelnederlands en het Vroegnieuwnederlands tussen 1450 en 1700, betekent mits, ook als het een bijzin inleidt die een pp bevat, nog niet uitsluitend ‘op voorwaarde dat’. De mits.pp-frase drukt in die tijd een reden, oorzaak, begeleidende plicht, middel of voorwaarde P uit. De Q-frase duidt dan op de tegenhanger daarvan, respectievelijk een besluit, gevolg, voorschrift, doel of wenselijkheid. De Q-frase is soms een volledige zin, soms een bijzin en soms een los groepje woorden.
Aan de hand van twee corpusfragmenten (cit.nrs. 102 en 5) wordt hieronder uitgelegd wat de betekenis is van de annoterende tekens, overige symbolen en typografische details.
Dit vermueghen heeft Godt den mensche gegheuen te dien einde op /dat hy tselue verstant gebruike | ende hem seluen alle dinghen aldermeest nut make [Q] | mits kiesende van als het beste | ende verwerpende het quaede [mits.pp P] | Ende op dat hy jn alle syn doen hem beneerstighe alderbest te doen dat hem mueghelyk js | ende het qualyk doen opt aller neerstelixte weete te schuwen
(Bostoen 1984: 24 [Radermacher]) [Antwerpen, Brabant; 1568-T04]
Item [...] waer enich meester van den ambochte voirscreven oflivich gheworden, so /sel ?van [dan] sinen outsten soen op sijns vaders stoel sitten moghen [Q] mits betalende een pont was tottes outaers behoef [mits.pp P], (etc.)
| Annotatie | Toelichting |
| / en [Q] | / markeert het begin van de Q-frase en [Q] het slot ervan. |
| [mits.pp P] | De mits.pp-frase begint met het woord mits (of mids, midts) en omvat per definitie het pp (onvoltooid deelwoord). De mits.pp-frase eindigt bij de afronding van de reden, oorzaak, begeleidende plicht, het middel of de voorwaarde. De afronding wordt gemarkeerd door de aanduiding [mits.pp P]. Waar de mits.pp-frase precies eindigt wordt interpretatief vastgesteld, niet op grond van een punt of ander leesteken. |
| | | Verticale strepen zijn door de transcriptor rechtstreeks overgenomen uit het handschrift. Dit is het geval wanneer het fragment diplomatisch getranscribeerd is. Meestal zette men in het Middelnederlands of Vroegnieuwnederlands een rechte streep waar wij nu een komma of ander leesteken gebruiken. De meeste corpusfragmenten zijn niet diplomatisch getranscribeerd en bevatten dus géén rechte strepen |
| cursivering | Cursivering van een woorddeel, zoals de in ende in het voorbeeldfragment, betekent dat de transcriptor de bedoelde letters zelf heeft gereconstrueerd op grond van een haakje, krul of afkortingsteken in het handschrift. |
| vet | Vetgedrukt in de corpusfragmenten zijn: mits (mids, midts, mets) en onvoltooid deelwoord (pp). Mits wordt in het voorbeeldfragment gecombineerd met twee pp’s, dus: mits kiesende (…) ende verwerpende. |
| ? | Een vraagteken vóór een woord geeft aan dat het niet geheel zeker is of dit woord in de oorspronkelijke tekst staat, omdat het daar niet goed leesbaar is. |
| [xyz] | Een woord dat tussen vierkante haken staat is door de samensteller van het corpus ingevoegd in fragment. Het betreft hier dus interpretatie van de samensteller. |
| ... en [...] | Deze markering geeft aan dat op de betreffende plaats stuk van de tekst is weggelaten, in de oorspronkelijke tekst (…) of door de samensteller van het corpus ([…]). |
Na elk fragment staat tussen ronde haakjes de verwijzing: het bibliografisch item van de gebruikte uitgave, het jaar van uitgave en het bladzijdenummer. In het eerste voorbeeld is dat (Bostoen 1984: 24 [Radermacher]). Het bibliografisch item is te vinden in de sectie ‘Bronnen corpusfragmenten’ van de Bibliografie. Met het tussen vierkante haken ingevoegde [Radermacher] vermeldt de samensteller van het corpus de auteur van de brontekst.
Tenslotte staat na de verwijzing een informatieblokje tussen vierkante haken, met daarin achtereenvolgens:
De vertaling van het in ouder Nederlands geschreven fragment naar het moderne Nederlands heeft het doel expliciet te maken hoe het fragment met mits + pp geïnterpreteerd wordt. Om recht te doen aan het oudere Nederlands is de vertaling voor zover mogelijk tekstgetrouw. Daarom wordt niet van een hertaling gesproken, maar van een vertaling.
Vaste elementen van het onderdeel Toelichting zijn:
Vaste elementen van het onderdeel Analyse zijn:
In de onderdelen Toelichting en Analyse worden de volgende elementen gecursiveerd:
| ab; abc | Achter het citaatnummer staat ‘a’ of ‘ab’ als een fragment twee of meer voorkomens van mits.pp bevat |
| bijv.bep; bijv.bijzin | bijvoeglijke bepaling; bijvoeglijke bijzin |
| bijw.bep; bijw.bijzin | bijwoordelijke bepaling; bijwoordelijke bijzin |
| cit.nr. | citaatnummer: uniek nummer van elk van de 300 citaten in het corpus mits.pp |
| comit, Comit | comitatieve betekenis van mits.pp-geval. Zie voor een toelichting §2.8.3 en §7.4.1, §7.4.2 van het proefschrift. |
| conjunct | Dit begrip betreft de grammaticale en interpretatieve verbinding tussen het bedoelde maar niet uitgedrukte onderwerp (subject) van de beknopte mits-bijzin (mits.pp-frase) en het onderwerp of (lijdend, meewerkend) voorwerp in de hoofdzin. Zie voor een nadere toelichting, ook van het begrip 'semi-conjunct', §4.3.4. van het proefschrift. |
| cond, Cond | conditionele (voorwaardelijke) betekenis van mits.pp-geval |
| frase | bijzin, woordgroep, beknopte zin, gedeelte van een zin |
| hogere frase | de zin of het gedeelte van een zin die hoofdzin is ten opzichte van de mits.pp-frase. Ook wel: direct hogere frase, matrixfase, bovengeschikte clause |
| hulpww | hulpwerkwoord(en) |
| Inf | infinitief |
| impl | impliciet, niet uitgedrukt |
| instr, Instr | instrumentele (‘middel’-) betekenis van mits.pp-geval |
| koppelww | koppelwerkwoord als deel van het naamwoordelijk gezegde |
| lezer | zie taalgebruiker |
| lijd.voorw | lijdend voorwerp, direct object |
| matrixfrase | zie hogere frase |
| meew.voorw | meewerkend voorwerp, indirect oject |
| mits dat + Vf | mits dat als groep ter inleiding van een zin met Vf (persoonsvorm) |
| mitsprep | mits in de grammaticale rol van voorzetsel, gevolgd door een zelfstandig naamwoord of nominalisatie |
| mits.pp | configuratie of constructie waarin mits aangevuld wordt door een pp (voltooid deelwoord) plus bijbehorende zinsdelen |
| mits.(te.)Inf | configuratie waarin mits gecomplementeerd wordt door (te +) Inf + bijbehorende zinsdelen |
| mitsvoegw + Vf | mits in de grammaticale rol van onderschikkend voegwoord ter inleiding van een zin met Vf (persoonsvorm) |
| MNW | Middelnederlandsch Woordenboek (https://gtb.ivdnt.org), zie de Bibliografie. |
| Mot, MOT | motiverende (reden- of grondaanduidende) betekenis van mits.pp-geval |
| naamw.gez | naamwoordelijk gezegde |
| nominal. | nominalisering |
| Oor, OOR | oorzakelijke betekenis van mits.pp-geval |
| pp | participium presens, onvoltooid deelwoord |
| Ppf | voltooid deelwoord, participium perfectum; in passieve vorm: passief deelwoord |
| PREP | voorzetsel, prepositie |
| semi-conjunct | het begrepen subject van de mits.pp-frase is niet een persoon die de rol van onderwerp of enig voorwerp vervult in de matrixfrase. Wie het begrepen subject wel is, leidt de lezer af uit het zinsverband of uit wat zij/hij weet; het wordt vaak eerder in de tekst genoemd. Zie ook conjunct. |
| subj. | onderwerp, subject |
| taalgebruiker | lezer, interpretator; contemporaine lezer/hoorder |
| (te.)Inf | (te +) Infinitief plus eventuele zinsdelen |
| TempMom | temporeel-momentane betekenis van mits.pp-geval |
| tijdsnede | periode van 20 aaneengesloten jaren, aangeduid als T02, T03 etc. T01 is een bijzonder geval, deze beslaat de subperiode 1450-1520. |
| Uitz, UITZ | uitzondering als betekenis van mits in mits.pp-geval |
| Vf | persoonsvorm, verbum finitum |
| Vf-zin, Vf-frase | zin, resp. frase met persoonsvorm |
| Vfsubj | persoonsvorm in de conjunctief (Nederlands aanvoegende wijs; Latijn conjunctivus; Frans subjonctif) |
| VMNW | Vroegmiddelnederlands woordenboek (https://gtb.ivdnt.org/), zie zie de Bibliografie. |
| VOEGW | voegwoord, conjunctie |
| v | in literatuurverwijzing, na een paginanummer: ‘en hierop volgende bladzijde(n)’ |
| volt.deelw | voltooid deelwoord, zie Ppf |
| voorz.voorw | voorzetselvoorwerp, prepositie-object |
| WNT | Woordenboek der Nederlandsche Taal (https://gtb.ivdnt.org/), zie de Bibliografie. |
| zelfst.naamw | zelfstandig naamwoord, substantief |